Liturgisch jaar

In feite is het vieren van het liturgische jaar een bijzondere vorm van spiritualiteit. Met het aanbreken van bepaalde data of periodes, delen wij op een bijzondere wijze in het verhaal van God met de mensen. Het liturgische jaar mag ons zoeken naar God ‘kleuren’. Probeert u het eens uit hoe God zich in verschillende facetten laat vinden gedurende het gehele jaar.

1. De cyclus van Kerstmis

Advent (voorbereidingstijd)

Ter voorbereiding op het hoogfeest van Kerstmis viert de kerk een periode van bezinning. Met Maria kijken wij uit op de komst van de Verlosser in de wereld. Het is een tijd van meer aandacht voor gebed, voor naastenliefde en voor de sacramenten.

De tijd van Kerstmis

Wij vieren met Kerstmis (25 december) geboorte van Jezus, de Zoon van God, die in onze wereld kwam om ons weer toegang tot God te geven. Heel intens vieren we zijn geboorte gedurende het octaaf van Kerstmis, met 1 januari (H. Maria, Moeder van God) als octaafdag. De Doop van de Heer besluit de Kersttijd.

2. De cyclus van Pasen

Pasen is het centrale feest binnen ons christendom. Wij vieren de verrijzenis van de Heer, die de dood overwon en ons wil laten delen in zijn verrijzenis.

De veertigdagentijd (voorbereidingstijd)

Gedurende veertig dagen voor Pasen (de zondagen niet mee gerekend) bereiden wij ons voor op het grote feest van Pasen. Deze tijd begint met een boetedag: Aswoensdag. Het is een tijd van grotere aandacht voor God in de sacramenten, meer tijd voor bezinning en gebed en aandacht voor naastenliefde.

De laatste week van de veertigdagentijd wordt de Goede Week genoemd. We verenigen ons in deze week met de Heer, die in Jeruzalem werd ingehaald (Palmzondag, zondag voor Pasen), die met zijn leerlingen het laatste avondmaal vierde (Witte Donderdag), die stief aan het kruis (Goede Vrijdag) en die in het graf verbleef (Stille Zaterdag).

De Paastijd

Met de bijzondere viering van de Paaswake, een viering vol christelijke symboliek, breekt de feestelijke paastijd aan. ‘De Heer is waarlijk verrezen, alleluia,’ zo mogen wij instemmen met de leerlingen. Ook voor Pasen geldt een intens vieren gedurende acht dagen. Beloken Pasen (zondag na Pasen) vormt dan de afsluiting van deze intense tijd.

We lezen in de Paastijd vooral de verhalen hoe de Heer aan de apostelen verscheen, en hoe de Kerk ontstond (Handelingen van de Apostelen). Op donderdag, veertig dagen na Pasen, herdenken we de Hemelvaart van de Heer, en op Pinksteren (zondag, vijftig dagen na Pasen) gedenken wij hoe de Heer ons niet verweesd achter liet en ons zijn beloofde Geest zond.

Samenhangende feestdagen

Na Pinksteren breekt de ‘gewone tijd’ weer aan, de Tijd door het Jaar. Toch vieren we nog enkele feesten in samenhang met de cyclus van Pasen. Het Hoogfeest van de Drie-eenheid ofwel Drievuldigheidszondag op de zondag na Pinksteren, Sacramentsdag, de feestdag van de Eucharistie op de tweede donderdag na Pinksteren (60 dagen na Pasen) en de feestdag van het Heilig Hart van Jezus op de derde vrijdag na Pinksteren.

3. Feestdagen voor Maria

Maria is de moeder van Jezus. Bij Jezus’ sterven aan het kruis zei Hij tot Maria, doelend op zijn leerling Johannes: ‘zie daar uw zoon’ en tot Johannes: ‘zie daar uw moeder’. Zo is Maria onze moeder geworden. De belangrijkste heilige en eerste voorspreekster bij Jezus. Maria verwijst bij ‘haar’ feesten steeds naar haar Zoon.

De kerk denkt bijzonder aan Maria op zaterdagen, in mei (Mariamaand) en in oktober (rozenkransmaand). De kerk herdenkt voorts verscheidene gebeurtenissen in het leven van Maria. De belangrijkste vieringen zijn:

  • 1 januari Maria, Moeder van God
  • 2 februari Maria Lichtmis, Opdracht van de Heer in de tempel
  • 25 maart Maria Boodschap, Aankondiging van de Heer, negen maanden voor de geboorte van Jezus
  • 15 augustus Maria Tenhemelopneming op 15 augustus
  • 8 september De Geboorte van Maria
  • 8 december De Onbevlekte Ontvangenis van Maria, negen maanden voor haar geboorte