Glaskunst Sint-Jan

De glas-in-loodramen van Willem Wiegmans

Hoog in de kerk, als een kleurige ring onder de koepel, zien we 38 gebrandschilderde ramen van de kunstenaar Willem Wiegmans (1892-1942). Tussen de ramen met abstracte afbeeldingen treffen we zestien Oudtestamentische profeten aan, vier ‘grote’ en twaalf ‘kleine’. Zij kijken ons streng aan, vanuit de hoogte. Ze stralen gezag uit, en brengen een ernstige boodschap. In het Oude Testament maanden zij de Israëlieten tot een betere levenswandel. De ellende van het Joodse volk (de Assyrische overheersing, de verwoesting van de Tempel, de Babylonische gevangenschap) was te wijten aan verwerpelijk gedrag. In hun profetieën kondigden zij de komst van een Messias aan.

De veelzijdige Willem Leendert Wiegmans maakte tekeningen, schilderijen, glas-in-loodramen, mozaïeken, beeldhouwwerk, basreliëfs en boekillustraties. In 1916 bekeerde hij zich tot het katholicisme. Hij besloot zijn kunst in dienst te stellen van de Kerk. Het katholicisme met zijn rituelen, evangeliën, liturgie en heiligenlevens inspireerde hem. Hij noemde zich ‘kerkelijk sierkunstenaar’. Hij bezocht colleges bij Richard Roland Holst en Antoon Derkinderen. Het idee van gemeenschapskunst sprak hem aan. De Waalwijkse kerkramen behoren tot het eerste werk van Wiegmans van blijvende waarde. Hij kreeg hiervoor adviezen van de Utrechtse kunsthistoricus Raphaël Ligtenberg OFM (1873-1933), die hem diverse iconografische tips gaf.

Zijn inspiratiebron was de zogeheten Beuroner Kunstschule. Die is vernoemd naar klooster Beuron aan de Donau, waar de kunstzinnige monnik Desiderius Lenz (1832-1928) verbleef. Lenz was een favoriet van Richard Roland Holst, Antoon Derkinderen en de architect Jan Stuyt. Deze laatste liet Lenz’ boekje Zur Esthätik der Beuroner Schule vertalen. Daarin staat de ‘Canon van Lenz’. Kenmerkend zijn de statische figuren (zoals in oude Egyptische kunst), eenvoud, symmetrie, frontale weergave, stilering op basis van geometrie. In Nederland is die stijl onder andere toegepast in de koepelschildering in de Bossche Cathrienkerk (Jan Oosterman). Jan Toorop liet het geometrische, beheerste lijnenspel zien in de apostelramen in de Sint-Josefkerk te Nijmegen. In het Duitse Rüdesheim is de kerk van het klooster van Hildegard von Bingen eveneens gedecoreerd in deze stijl.

 

De vier ‘grote’ profeten:

Jesaja (‘Isaias’), die voorspelde dat slechts een kleine rest van het Joodse volk zou overblijven om een hernieuwd Godsvolk te vormen; vandaar de schaar met een bloem.

Jeremia(s), met een zuil van het verwoeste Jeruzalem, waarvan hij de ondergang voorspelde.

Ezechiël, met symbolen van recht: hij voorspelde (in Babylon) het herstel van recht, wet en tempeldienst voor het Joodse volk.

Daniël, hij werd in een leeuwenkuil geworpen, maar de leeuwen lieten hem in leven.

 

En de zogeheten Twaalf Profeten (ook wel Kleine Profeten):

Nahum, met een dorre stam waaruit weer groene bladeren groeien; hij voorspelde de wederopstanding van Juda.

Zacharia(s), hij toont de zevenarmige kandelaar (Menora) om te zeggen: de Tempel zal spoedig worden heropgebouwd.

Maleachi (‘Malachias’), hij toont een lam; hij bepleit naleving van het Verbond tussen God en zijn volk.

Habakuk, hij toont een draak. Hij voorspelde de ondergang van een heidens volk.

Haggai (‘Aggaeus’), hij toont een buidel met munten: de Tempel zal worden heropgebouwd.

Sefanja (‘Sophonias’), hij draagt een lamp. Hij drong bij zijn koning aan op religieuze hervormingen.

Jona(s), met een grote vis. In de maag van de vis kwam Jona tot inkeer; hij werd tijdig uitgespuugd.

Amos, met herdersstaf en struik; een eenvoudige veeboer met visioenen, die sociaal onrecht en decadentie hekelde.

Micha (‘Michaeas’), met een kindje in een kribbe: hij voorspelde de komst van de Messias.

Joël, met een leeuw. Hij sprak: mijn volk is ten prooi aan een leeuw.

Obadja (‘Abdias’), hij toont brood en wijn. Hij belooft heil en redding voor Jeruzalem.

Hosea (‘Osee’), hij toont twee jonge kinderen. Hij gaf zijn kinderen op last van God namen met symboliek over de ondergang van zijn tot heidense gewoonten vervallen volk.