Sint Jan de Doper patroonheilige

Sint Jan de DoperSint Johannes de Doper (ook St. Jan Baptist), voorloper van Jezus en martelaar († omstreeks 30 na Chr.)

Feestdagen: 24 juni (geboorte) en 29 augustus (onthoofding).

Johannes wordt beschouwd als de voorloper van Jezus de Messias. Hij doopte in de Jordaan een doopsel van bekering en kondigde aan: ‘Na mij komt iemand die groter is dan ik; ik ben zelfs niet waard de riem van zijn sandaal los te maken’ (dat was nederig slavenwerk!). Hij zag zijn optreden zelf als baanbrekend werk voor de Messias. Deze herkende hij in Jezus op het moment dat hij Hem doopte. Althans zo zeggen de drie evangelisten Matteus, Markus en Lukas. Want de vierde, Johannes, suggereert dat Johannes Jezus al eerder kende. Immers, toen Jezus voorbijging, duidde hij hem aan als het Lam Gods.

Er is ook wel iets voor te zeggen dat Johannes Jezus al kende, want bij Lukas lezen we, dat Johannes’ moeder, Elisabeth, een bejaarde nicht van Jezus’ moeder was. Toen Maria van de engel Gabriël de boodschap ontving dat zij van Gods Geest een kind zou krijgen en vroeg hoe dat mogelijk was daar ze geen omgang had met een man, antwoordde de engel: ‘Bij God is alles mogelijk. Zelfs uw nicht Elisabeth, die onvruchtbaar heette, is al in haar zesde maand.’ Daarop snelde Maria naar Elisabeth toe om haar in de laatste maanden voor de geboorte ter zijde te staan. Bij de begroeting tussen beide vrouwen ‒ zo schrijft Lukas diepzinnig en prachtig ‒ sprong het kind op in de schoot van Elisabeth; dat was voor Elisabeth voldoende om te beseffen dat zij hier te doen had met de aanstaande moeder van de Messias…

In de evangelies horen wij pas weer van Johannes, wanneer hij optreedt als doper bij de Jordaan en de nabijheid van het Rijk Gods aankondigt. Hij roept op tot bekering van het hart; en wijst zijn gelovige toehoorders erop dat geloven niet erfelijk is, maar bestaat in een relatie tussen God en ieder persoonlijk, waar ieder ook zijn of haar eigen antwoord op moet geven door middel van een passende levenswijze.

Herodes laat Johannes arresteren, wanneer hij kritiek levert op diens relatie met Herodias, de vrouw van zijn broer. Vanuit zijn gevangenis laat Johannes een keer aan Jezus vragen of Hij nu werkelijk de Messias is. Spreekt daar twijfel of zelfs vertwijfeling uit? Had Johannes gehoopt dat Jezus als Messias hem zou komen bevrijden? Jezus laat aan Johannes antwoorden, dat hij op de tekenen van de Messiaanse tijd moet letten: doven horen, blinden zien, zieken worden genezen en aan armen wordt het Koninkrijk gegeven. En aan zijn toehoorders zegt Jezus, dat Hij in Johannes de Voorloper ziet. Het volk meende dat de Messias niet zou verschijnen, zonder dat Elia eerst zou terugkeren om voor Hem uit te gaan. Welnu, aldus Jezus, Elia ís teruggekeerd… En we herinneren ons dat Johannes destijds bij zijn optreden aan de Jordaan werd getekend, zoals Elia getekend wordt in de oude boeken: verblijvend in de woestijn; gehuld in een kleed van kameelhaar; een leren riem om zijn gordel; zich voedend met sprinkhanen en wilde honing.

Herodes luisterde graag naar hem. Kennelijk liet hij hem geregeld uit zijn gevangenis halen en voor zich optreden? Of schreeuwde Johannes van onder uit zijn kerker zo hard dat het door het paleis schalde? Dat alles zal Herodias extra verontrust hebben. Zij grijpt dan ook de eerste de beste kans die haar geboden wordt. Als hun dochter Salome een verleidelijke dans opvoert bij een banket waar een aantal grootmogende heren bij aanliggen, belooft haar vader haar elke beloning die ze vraagt. Op aandringen van haar moeder vraagt ze het hoofd van Johannes de Doper op een schotel. Herodes zit ermee in, maar kan niet meer terug. Als Johannes’ leerlingen ervan horen komen ze zijn lijk halen voor een eerbiedige begrafenis.

St. Jan de Doper, patroon van

Van de vasters; van architecten, metselaars, timmerlieden, kuipers en tonnenmakers, van schoorsteenvegers; van leerlooiers, laarzen- en zadelmakers; van wevers, stoffenververs en kleermakers en van de bont- en pelswerkers; van herders; smeden en hoefsmeden; muzikanten en zangers, herbergiers en restaurateurs, bioscoophouders en -exploitanten; wijnbouwers.

(Bron: www.heiligen.net)